part1
part2

Gastblogger

  • Wat is de Hollandse winter waard?
    Auke Heins, donderdag 15 januari 2015

    Heerlijk: we zitten weer midden in het uitwaaiseizoen! Laarzen en dikke winterjas aan en samen de elementen trotseren op het strand. Om vervolgens te genieten van een warme kop chocolademelk, koffie of wat sterkers in een paviljoen. Niet alleen voor Nederlanders, maar juist ook voor toeristen is dit een mooie tijd om eropuit te gaan. Steeds meer mensen kiezen er dan ook voor om korter en vaker op vakantie te gaan, verspreid door het hele jaar. Vanuit ondernemers, hoteliers en gemeenten is er volop ambitie om het toeristisch laagseizoen te versterken. De voordelen spreken voor zich:  we ontlasten de plekken die in het hoogseizoen met topdrukte te maken hebben en benutten de capaciteit van ondernemers het hele jaar door.  

    So far so good zou je zeggen. Maar hoe zorgen we ervoor dat buitenlandse bezoekers daadwerkelijk het hele jaar door naar Nederland komen? Mensen die ons land al eerder bezochten, zijn daartoe gemakkelijker te verleiden. Maar de bezoekers uit Duitsland en België kiezen in het winterseizoen snel voor zon- en sneeuwzekere bestemmingen in andere omringende landen. Waarop zou winters Nederland zich dan kunnen onderscheiden? Herfststormen? Kerstmarkten? IJs? De vraag is of we het winterse aspect überhaupt moeten benadrukken. Want voor markten veel verder van huis speelt het seizoen een veel kleinere rol. De ervaring van ons kleine land aan zee, met z’n open minded mensen, typische kunst en cultuur in het unieke laaglanddecor van grachtjes, dijken en molens, maakt Nederland tot een bijzondere bestemming, weer of geen weer.

    De internationale reismarkt groeit sterk. Verre internationale markten als China of Brazilië laten jaarlijks stevige groeicijfers zien. Willen we daar in Nederland optimaal van profiteren, dan moeten we potentiële gasten uit deze landen laten zien dat ons land het hele jaar interessant is. Door het spreiden van toerisme in tijd blijft de druk op de belangrijke toeristische attracties beheersbaar. Een concreet plan om dit groeiperspectief te realiseren werkt NBTC uit in de Holland Branding & Marketing Strategie. Ik ben ervan overtuigd dat het spreiden van toerisme in tijd kan werken. Want zeg nu zelf, veel belangrijke Hollandse trekpleisters zijn niet seizoensgebonden. Het ‘meisje met de parel’ of het erfgoed van Van Gogh zijn altijd goed voor een ultieme Holland-beleving. Hoe koud het op het strand was en hoe goed die kom snert daarna smaakte, maakt de vakantieverhalen vervolgens alleen maar extra bijzonder en memorabel!

    Lees de rest van de blog
  • Klaar voor de Chinese toerist in Giethoorn
    Door Gabriella Esselbrugge, De dames van de Jonge, woensdag 23 april 2014

    Door Gabriella Esselbrugge, De dames van de Jonge

    Op sommige dagen domineren de Chinese toeristen het straatbeeld op de bruggetjes en in de grachtjes van Giethoorn. Wie had dat vóór 2005 kunnen bedenken? Ik in ieder geval niet toen ik eind oktober van dat jaar met collega-hoteliers van Koninklijke Horeca Nederland voor het eerst kennismaakte met de Chinese reismarkt. Daar in Beijing kregen we, tijdens een prachtige openingsceremonie ter gelegenheid van het nieuwe NBTC-kantoor, de kans om een beeld te schetsen van de Nederlandse reismarkt. Het werd een onvergetelijke reis.

    Eén van de voordelen van de Chinese en Taiwanese gasten is dat ze ook in het voor- en najaar een bezoekje aan Giethoorn en Nationaal Park Weerribben-Wieden brengen, als het nog relatief rustig is in de hotels en b&b’s. Volgens de Aziaten ligt Giethoorn “op een steenworp afstand van Amsterdam”. Het komt op drukke dagen voor dat Connexxion extra bussen laat rijden tussen station Steenwijk en Giethoorn om de grote stroom Chinezen te kunnen vervoeren. Met het openbaar vervoer reizen blijft onder deze doelgroep populair. 

    Eenmaal gearriveerd, stappen ze uit de bus vaak nog met grotere koffers dan ze zelf groot zijn. In ons hotel, De dames van de Jonge, vallen ze voor de oer-Hollandse sfeer van het dorp en het bedrijf. Chinese gasten willen met het familieportret van de drie generatie Dames, of een van de familieleden, op de foto. Ze houden van onze persoonlijke benadering, het varen door de grachtjes en het fietsen over de bruggetjes. Dat laatste leidt soms tot interessante taferelen en er bestaan zelfs al arrangementen waar de fietsles bij in begrepen is! Ikzelf heb moeten investeren in kinderfietsen. De Aziatische gasten bleken met geen mogelijkheid op de reguliere, veel te grote huurfietsen te passen…

    Natuurlijk kwam deze groei niet vanzelf. De eerste jaren na de reis naar Beijing, organiseerde NBTC vele pers- en touroperatorreizen en er werd geïnvesteerd in een Chinese campagne voor Giethoorn en omgeving waarmee we veel publiciteit hebben gegenereerd. Waar de Chinese en Taiwanese gasten de eerste jaren vooral met touroperators kwamen, zie ik nu dat jonge Chinezen zelf alles boeken via Online Travel Agents (OTA’s) als Booking.com.

    Bij de Dames hebben we net nieuwe kamers gebouwd die beter inspelen op de wensen van Aziatische gasten. Dat betekent onder andere: ruimte voor de grote koffers en noodle-cookers op de kamers. Mijn advies: als je in groei gelooft, is het ’t meer dan waard om in Chinese gasten te investeren.

  • Nederland Fietsland in de versnelling?
    Eric Nijland, vrijdag 21 maart 2014

    Duizenden kilometers aan paden en wegen, waarvan 30.000 km vrijliggende fietspaden, ontsluiten de Nederlandse natuur voor de fietser. Een uniek landsdekkend routenetwerk is hierover uitgerold. Het publiek kan hiermee het afwisselende landschap optimaal ontdekken en beleven; met de Landelijke Fietsroutes (LF-routes) voor de lange-afstandtochten en aansluitende knooppuntroutes voor dagtochten. Duizenden overnachtings¬accommodaties, restaurants en cafés maar ook musea en attracties zorgen ervoor dat behalve op- ook volop kan worden afgestapt. Nederland is een echt fietsland. Toeren op de fiets in Nederland betekent actief genieten van de natuur. We doen het massaal: vorig jaar werden er in eigen land 200 miljoen fietstochten voor het plezier gemaakt waarbij onderweg voor € 450 miljoen werd uitgegeven. Denk nog maar weer even terug aan die mooie zondagmiddag begin maart: het was bijna filefietsen!

    Versnippering

    Tot zover weinig nieuws. Heel vanzelfsprekend allemaal. Té vanzelfsprekend merken we. Waar andere, minder gekende fietslanden fietsen omarmen in hun toeristische marketing en hier extra in investeren, dreigt in Nederland versnippering. Versnippering van het aanbod met een dreigende achteruitgang in kwaliteit. Ook versnippering in voorlichting en promotie. Iedere regio of provincie noemt zich dé fietsregio of –provincie. Het is prima om elkaar daarmee scherp te houden. Maar tegelijkertijd zien weinig mensen in dat we meerwaarde kunnen halen uit het feit dat we samen een uniek fietsland zijn. We laten daarmee promotiekansen liggen, voor binnenlands, maar zeker ook voor inkomend toerisme. Onze buren, Duitsers en Belgen, hebben massaal het fietsen ontdekt. En Nederland kan daar van profiteren. Mede daarom zetten NBTC en het Fietsplatform in 2014 Nederland Fietsland internationaal in de schijnwerpers met als doel om internationale toeristen te verleiden een (extra) bezoek aan ons land te brengen en het unieke (fiets)aanbod te ontdekken en te ervaren.

    Behoud kwaliteit

    Op het congres dat ANWB, NBTC Holland Marketing en Fietsplatform op 4 maart organiseerden, is gekeken naar de uitdagingen van Nederland Fietsland maar vooral ook naar de verbeteringsmogelijkheden en de kansen. De Zwitserse zusterorganisatie van het Fietsplatform laat op het congres zien wat hen met 26 kantons, de landelijke overheid en marktpartijen lukt: door krachtige samenwerking Zwitserland met succes op de kaart zetten, jawel… ook als fietsland. Dat zou in Nederland zeker ook moeten lukken, wij hebben de fietser nog veel meer te bieden. Ik durf echter de stelling aan dat voor het behoud van de kwaliteit van de LF-routes en knooppuntroutes steun van de landelijke overheid nodig is,  net als in Zwitserland. Een serieuze basisinbreng is nodig vanuit de Rijksoverheid om het wiel in beweging te zetten en te houden.  Zo ongeveer als het versnellingseffect bij elektrisch fietsen. Nu worden er bij de twaalf provincies en andere regionale partners middelen bij elkaar gesprokkeld om de kwaliteit van de LF-routes en knooppunten zo goed mogelijk te borgen. Helaas  kost dat veel energie en is het inefficiënt. De landelijke politiek ziet dit ook in – in de initiatiefnota van Tweede Kamerleden Paulus Jansen (SP), Duco Hoogland (PvdA) en Sander de Rouwe (CDA) die ook op 4 maart werd gepresenteerd staat dit als eerste verbeterpunt genoemd.

    Ons huiswerk: vol gas en zelfbewust inzetten op het versterken van onze krachten en het vermarkten ervan. In plaats van versnippering onze krachten bundelen om samen de taart mooier en lekkerder te maken… en deze te vergroten.

    We hebben goud in handen. Dit moeten we poetsen en laten blinken. En vervolgens verzilveren! NBTC en Fietsplatform hebben de handen al ineen geslagen. En ook de ANWB zet volop in op het fietsen. Helpt u mee te versnellen?

    Eric Nijland | Fietsplatform | www.fietsplatform.nl en www.nederlandfietsland.nl

  • Je zult maar aan regiobranding doen
    Robert Govers, woensdag 5 februari 2014

    In het geweld van mondiale financiële markten, media, mobiliteit en technologie, wordt het economisch steeds belangrijker dat landen, regio’s en steden naamsbekendheid en een goede reputatie hebben. Gelukkig zijn we gezegend met een sterk landenmerk als Holland (12de op wereldwijde ranglijst) en een sterk stadsmerk als Amsterdam (11de op wereldwijde ranglijst). Toch is het niet verwonderlijk dat ook verscheidene Nederlandse regio’s zich zorgen maken over hun eigen ‘merkwaarde’. Vanwege het aanzuigende effect van de Randstad, hebben zij het gevoel dat ze onvoldoende hun voordeel doen met het sterke merk Holland en bestaat er de behoefte om ‘the story of Holland’ aan te vullen met eigen initiatieven ter versterking van de regionale reputatie. De lancering, door NBTC Holland Marketing, van een nieuw onderzoek naar regiomerken komt dus op een goed moment en versterkt hopelijk de gezamenlijke slagkracht.

    Globalisering

    Regiobranding moeten we dan ook niet doen om de concurrentie met andere regio’s in Nederland aan te gaan, maar juist om samen de profilering van de regio’s internationaal op te schroeven. Samenwerking kan daarbij juist veel nuttiger zijn dan rivaliteit, omdat we ons voordeel kunnen doen met de profilering van anderen. Een voorbeeld: Muiderslot en Zandvoort hebben hun bezoekersaantallen drastisch zien stijgen door aan te haken op het merk ‘Amsterdam Region’; specifiek als Amsterdam Castle en Amsterdam Beach. We moeten altijd in het achterhoofd houden dat globalisering de aanleiding is tot regiobranding, zodat het internationaal perspectief ook blijft domineren in het maken van keuzes met betrekking tot de activiteiten die men in het kader van regiobranding wenst te ontplooien.

    Cliches vermijden

    Het lijkt erop dat veel van onze regiobranding wordt gekleurd door een Nederlandse sociaal culturele bril. Clichés als ‘gezellig Brabant’ of ‘Bourgondisch Limburg’ zijn zo vanzelfsprekend voor ons Nederlanders, dat zij vrijwel onvermijdelijk lijken te zijn als het gaat om regionale profilering. Het splinternieuwe regiomerkenonderzoek wijst echter uit dat de meeste van zulke clichés verdwijnen zodra we de grens naar Vlaanderen of Duitsland overgaan. Het denken binnen bestaande mentale kaders kan vanuit het perspectief van regiobranding dus weleens averechts werken, terwijl het juist bevrijdend kan zijn als we ons realiseren dat we wellicht internationaal met een schone lei kunnen beginnen, zij het dat het merk Holland dan altijd weer op de achtergrond meespeelt.

    Samenwerken loont

    Het is daarom logisch dat NBTC een leidersrol vervult in deze, want we moeten het SAMEN doen en van elkaar leren in plaats van rivaliteit op de vierkante centimeter van Nederland te stimuleren. Laatst sprak ik met de regionale overheden van Catalonië, waar men binnenkort het onafhankelijkheidsreferendum zal organiseren en zich ook internationaal wil profileren. Men maakt zich daar zorgen dat het merk Barcelona te sterk is en het merk Catalonië overschaduwt. Wat een luxeprobleem; een top stadsmerk gecombineerd met een internationaal bekend en bewonderd regiomerk. Er zijn niet zoveel van dat soort regio’s die beroemd zijn en bovendien, hebben Californië en Los Angeles of Beieren en München veel te lijden onder elkaars sterke imago? U mag zelf het antwoord geven, maar in Barcelona hadden ze in ieder geval heel andere gevoelens bij Bayern München. Mijn punt is dat samenwerking loont, me dunkt.

    Meer dan een leuk logo

    Dat betekent wel dat regiobranding een complexe materie is. Het is helaas niet zo eenvoudig als het bedenken van een leuk logo en een catchy slogan. Dat werkt voor ondernemingen en producten die vaak in een detailhandelsomgeving actief zijn, maar regio’s verkopen zichzelf niet in de supermarkt. Sterker nog, regio’s verkopen zichzelf überhaupt niet. Regio’s, steden en landen zijn (vaak arbitrair) geografisch afgebakende eenheden die een omgeving creëren waarin het voor marktpartijen aantrekkelijk wordt om een productaanbod te kunnen samenstellen dat attractief is voor een bepaalde markt, zij het toeristen, studenten, handelsbedrijven, investeerders of anderen. Generaliserend: hoe meer bedrijvigheid, hoe beter. Men mag dan ook niet de fout maken om in het kader van merkpositionering in te zoomen op bepaalde sectoren. Iedere inwoner en ondernemer in de regio moet een kans krijgen binnen de regionale merkpositionering en iedereen moet zich daar ook mee verbonden voelen. De oplossing zit hem in het dieper graven naar hetgeen de regio en haar inwoners verenigt en onderscheidt, namelijk identiteit.

    Ontkoppelen marketing en branding

    Het is niet zo verwonderlijk dat het hier vaak mis gaat, want het idee is dat een sterk merk ervoor zorgt dat het makkelijker wordt om toeristen, investeerders, nieuwe inwoners of handelsondernemingen aan te trekken. De omgekeerde redenering dat men zich daarom in de merkpositionering moet differentiëren door zich te specialiseren op bepaalde markten is echter onjuist en zelfs gevaarlijk. Het heeft alles te maken met het ontkoppelen van branding en marketing. Vanuit het brede merkperspectief is Groot-Brittannië beroemd om haar tradities, Barcelona om Gaudi, Parijs om de romantiek, Toscane om haar landschap en erfgoed. Op het eerste gezicht associaties die weinig te maken hebben met economische activiteit of concurrentiekracht, maar dat is voor regiobranding ook irrelevant. Het zijn de sectorale marketingorganisatie (VVVs, export- en investeringspromotieorganisaties, etc.) die moeten zorgen voor marktafstemming en concurrentiekracht. Wat branding daarentegen tracht te doen, is het positief beïnvloeden van de mentale context waarin marketinginitiatieven mensen bereiken. Als een doelpubliek al eens van je gehoord heeft en, nog beter, al een positieve indruk heeft, op welke manier dan ook, dan is het waarschijnlijker dat marketingacties worden waargenomen, begrepen en ontvangen.
    Regiobranding gaat dan om het ontwikkelen van de structuren, systemen en strategieën die regio’s in staat stellen om continu, met verbeelding, de bewijzen te leveren waarmee ze de aandacht en reputatie verwerven die ze menen te verdienen (Conform Simon Anholt). Essentiële randvoorwaarden daarbij zijn samenwerking en een langetermijnfocus.

    ’Join the debate’

    Je zult het dus maar moeten doen, zo’n complexe opdracht. Een goed begin is gestandaardiseerde benchmarkanalyse. Het is daarom dat ik met genoegen belangeloos heb meegewerkt aan het onderzoek naar de kracht van regiomerken van NBTC. Het is het eerste onderzoek naar de mate waarin Nederlandse regio’s en provincies naamsbekendheid, reputatie en binding weten te realiseren in Nederland, Duitsland en Vlaanderen. Ik ben vereerd dit onderzoek via deze gastblog aan u, de lezer, te mogen aanbevelen. We kijken uit naar uw feedback, welke u kunt delen op onze gloednieuwe ‘subgroup’ Regiobranding in de LinkedIn Holland Marketing-groep op. Bij voorbaat dank voor uw betrokkenheid.

    Robert Govers (about.me/rgovers)
    Academicus, adviseur, auteur en spreker op het gebied van place branding en redacteur van The Journal of Place Branding and Public Diplomacy van Palgrave Macmillan.

  • Zonder samenwerking dreigt windmolen wipe-out voor kustdestinaties
    Auke Heins, dinsdag 24 september 2013

    Door Auke Heins

    Watersporters kennen het effect van een inschattingsfoutje van wind en zee. Een ‘wipe-out’ (surfers), ‘Chinese gijp’ (zeilers) of ‘katapult’ (windsurfers) betekent altijd: snoeihard op je gezicht gaan en je opnieuw oriënteren voordat je verder kunt.

    Nederland het land van de molens?

    Zo’n gevoel moeten veel kustbestemmingen momenteel hebben. Jarenlang is zorgvuldig gewerkt aan een onderscheidende identiteit die inmiddels ruim 1,5 miljoen Duitsers en 3 miljoen Nederlanders aanspreekt. En dan waait de politieke wind plots uit de energiehoek en gaat de open horizon en daarmee de kracht van de identiteit van de Nederlandse kust overboord.

    Het kabinet besloot onlangs uit duurzaamheidsoogpunt om windmolenparken in zee te bouwen. Met het oog op de kosten bij voorkeur pál voor onze kust. Maar is dat nu helemaal zo erg voor het kusttoerisme? Komt die toerist niet meer als ‘ie door een paar windmolens heen moet kijken? Nederland is toch het land van de molens? Zo ga je nog eens duurzaam op vakantie!?

    Investeren in duurzaamheid of duurzame investering?

    Voor de korte termijn hebben de voorstanders hoogstwaarschijnlijk gelijk: de burger betaalt het minst en mensen blijven toch wel naar de kust komen voor een frisse neus, een hapje en een drankje. Daar verandert een veldje waaiwieken weinig aan.

    Voor de langere termijn is het een heel ander verhaal. Nederland heeft de mooiste stranden van Europa: fijn en schoon strandzand, gemakkelijk toegankelijk, begrensd door natuurlijk duingebied en bovenal het ruimtelijke effect van de open zee. Het gevoel van vrijheid manifesteert zich juist door de vrije horizon. Dát is de echte toegevoegde waarde van de Nederlandse kust.

    Ontneem je de kust haar belangrijkste onderscheid, dan kun je erop wachten dat toeristische inkomsten zullen verschuiven. Toeristische locaties waar windmolens massaal de zee ontsieren, zullen worden verruild voor nieuwe locaties waar de vrije horizon wél zichtbaar is. Vooral voor kustbestemmingen met matig toeristisch bezoek dreigt dan ook een duivels dilemma. Investeren in windenergie kan op de korte termijn een mooie impuls voor de lokale economie geven. Tegelijkertijd ontneem je het gebied dan meteen toeristische potentie in de verdere toekomst. In internationaal perspectief geef je bestaande bezoekers een argument om nog eens precies te kijken wat die Nederlandse kust eigenlijk te bieden heeft. Investeren in duurzaamheid staat dus niet per definitie gelijk aan een duurzame investering.

    Bundelen van gezamenlijke belangen

    Tijdens het in juli georganiseerde rondetafelgesprek over de brand experience Beach Life werden drie belangrijke punten genoemd die de toekomst van de kusteconomie zullen kleuren: opwaardering van het accommodatieaanbod, seizoensverruiming en nauwere onderlinge samenwerking. In het licht van de windmolendiscussie is de laatste een stuk actueler geworden. De komende maanden vindt er veel overleg met belanghebbenden plaats. Maar het initiatief ligt niet bij de kustsector zelf; die mag hooguit reageren.

    Als kustmarketeer bij NBTC Holland Marketing en kustbewoner pleit ik daarom voor het bundelen van gezamenlijke belangen in één samenwerkingsverband. Daarmee kan de toeristische sector van de Nederlandse kust een keuze uitdragen die duurzaam recht doet aan de unieke identiteit van kustdestinaties. Waarom geen energie opwekken uit de impact van de branding en het getij of uit  zonnecellen op alle daken in het kustdomein? Graag pak ik mét u de handschoen op; doet u mee?

  • Travel bloggers congres in Rotterdam succesvol verlopen
    Kim Heinen, woensdag 3 juli 2013

    Rotterdam was van donderdag 16 tot zondag 19 mei gaststad van het Travel Bloggers Unite congres. Ruim 150 bloggers en 50 mensen vanuit de toeristische industrie waren in de Maasstad om deel te nemen aan het congres. NBTC en Rotterdam Marketing hebben nauw samengewerkt om het congres naar Rotterdam te halen. Daarnaast heeft een groot aantal partners van Rotterdam Marketing, met name het onlangs geopende Mainport Hotel, zich gecommitteerd aan het congres waardoor de bloggers op een gastvrije manier onthaald konden worden.

    In het Maritiem Museum was op donderdag 16 mei een welkomstfeest georganiseerd voor de deelnemers. Zij werden getrakteerd op Rotterdams eten en drinken, zoals hapjes van Bazar, oesters van Schmidt Zeevis en bier van stadsbrouwerij De Pelgrim. Ook was er een verrassingsoptreden van de brass band Unicum. Overdag waren er een aantal thematische stadswandelingen georganiseerd waarvoor de bloggers zich konden inschrijven. Tijdens de rondleidingen  werden de deelnemers verrast met een kort concert van het Rotterdams Philharmonisch Orkest in Hotel New York. En een zestal bloggers was in de gelegenheid om te abseilen van de Euromast. 

    Op de eerste congresdag, vrijdag 17 mei, werden de bloggers welkom geheten door de general manager van het Mainport Hotel, Hans van Schaik. Het hotel was niet alleen de congreslocatie, maar stelde ook kamers ter beschikking voor de sprekers. Via twitter kwamen er veel leuke tweets en foto’s voorbij, waaruit bleek dat men met name onder de indruk was van het uitzicht en het design van de kamer. Enkelen hadden zelfs een eigen sauna.

    Vrijdagavond heeft café restaurant Rotown, een begrip in Rotterdam, een borrel georganiseerd en op zaterdag stelde grand café Engels het imposante dakterras open. De bloggers reageerden uitermate positief op Rotterdam en voelden zich gastvrij ontvangen. Het mooiste compliment kwam van de blogger Mariana Calleja, die op Twitter postte: ’Friendly, sweet and lovely #Rotterdam. I am impressed with its people, their kindness & politeness. Admirable!’

    Op initiatief van NBTC waren aansluitend op het congres meerdere persreizen georganiseerd naar andere Nederlandse steden: Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Arnhem-Nijmegen. Ook bleef een groep bloggers in Rotterdam, waar zij een off the beaten track programma volgden. Op verschillende locaties kregen ze een kijkje achter de schermen. Zo was er een bezoek aan het aquarium in Diergaarde Blijdorp en verzorgde het Museum Boijmans Van Beuningen en het ss Rotterdam een rondleiding. Bijzonder in de smaak viel het e-dining restaurant Izkaya.

    Alle tweets gedurende het congres zijn met behulp van Storify in kaart gebracht en zijn hier na te lezen. In totaal heeft #TBURTM ruim 34 miljoen twitter impressies gehad, een prachtig resultaat. Rotterdam Marketing kijkt dan ook terug op een bijzonder geslaagd congres en dankt al haar partners voor de samenwerking!

    Kim Heinen
    Kim Heinen is coördinator internationale pers van Rotterdam Marketing en heeft het Rotterdam-programma van het TBU congres georganiseerd.

  • Schuitje varen, theetje drinken…
    Susan Remmerswaal, woensdag 13 maart 2013

    Oude liefde roest niet

    Ook ik ben opgegroeid met dit welbekende kinderliedje. Maar de passie voor het water ging in mijn familie verder dan dat. Jarenlang hebben mijn ouders, toen zij nog jong waren, hun vakanties doorgebracht op en aan het water. Een tripje naar Friesland stond ieder jaar wel op de planning. Deze liefde heeft een tijdje stil gelegen. Maar het spreekwoord zegt niet voor niets: Oude liefde roest niet.

    Watersport? Doe mij maar waterpret!

    Deze liefde is een aantal jaren geleden opnieuw leven in geblazen door de komst van een vakantiehuisje in Loosdrecht met de plassen en de rivier de Vecht in de achtertuin. Dus ja, een zeilboot mocht niet ontbreken. Omdat er nou eenmaal naast activiteitzoekers ook ontspanningszoekers zijn, kwam er ook een sloep. Mijn persoonlijke voorkeur! Want waterSPORT?! Doe mij maar waterPRET!

    Van privé naar zakelijk

    Vanuit NBTC ben ik sinds begin 2012 verantwoordelijk voor de campagne ‘Holland. Waar het water je beweegt’. Een meerjarige campagne met als doel om activiteiten op, onder of in de Nederlandse wateren op een onderscheidende en positieve manier onder de aandacht te brengen van toeristen die reeds een voorliefde voor watersport en waterrecreatie hebben. Privé en werk kwamen op deze manier mooi samen en er ging een wereld voor mij open. Voor ruim 1,2 miljoen mensen is waterrecreatie namelijk de reden om in Nederland een vakantie door te brengen. Ongeveer 470.000 buitenlandse gasten en circa 754.000 Nederlanders vierden in 2009 hun vakantie op het water. Gezamenlijk leverden ze in dat jaar circa 230 miljoen euro op voor de Nederlandse economie.

    Holland. Waar het water je beweegt

    Ook in 2013 gaan wij deze campagne op de Duitse markt voortzetten, met als grootste partner Beleef Friesland. Er staan een hoop leuke watersport activiteiten op de planning in Friesland komend jaar. In juni is bijvoorbeeld de ‘verjaardag’ van de Waddenzee die in 2009 de UNESCO Werelderfgoed status heeft gekregen. Maar het seizoen start met de ‘Leer varen dag’ op zaterdag 13 april. Een dag waarop men kennis kan maken met diverse manier van varen in Friesland. Een dag waarop ik uiteraard in Friesland te vinden ben. En wie weet…misschien dat ik na deze dag toch maar eens de sprong in het diepe waag en deze zomer in plaats van de sloep een keer de zeilboot induik! En u?

  • Gezocht: brandmanager Holland
    Gitta Bartling, woensdag 6 februari 2013

    Als ‘trekker’ van Holland Marketing organiseerde NBTC op 5 februari jl. het Holland Marketing Congres voor haar relaties. Een middag waarin bezoekers onder begeleiding van een oranje gestrikte Lars Sørensen werden bijgepraat over de ontwikkelingen op het gebied van branding en marketing van destinaties en die van Holland in het bijzonder.
    Waarom bezoeken mensen eigenlijk een bestemming? En wat houdt ze tegen als ze niet komen?

    Druk jaar

    Volgens directeur Jos Vranken zijn er in 2013 in ieder geval voldoende redenen om naar Nederland af te reizen, want het jaar staat bol van de evenementen. De opening van het Rijksmuseum, Amsterdam die allerlei jubilea viert, de viering van het 200-jarige koninkrijk waar de koningin in haar speech over haar aftreden al aan refereerde, natuurlijk de troonsopvolging zelf – en dat is goed, volgens Jos.
    Evenementen creëren zichtbaarheid van ons land, en zijn extra redenen voor toeristen om Holland te bezoeken.  

    Foto: Jos Vranken

    Politiek incorrect – volgens Amerikanen

    Charles Groenhuijsen hield ons vervolgens een spiegel voor als (ex-)correspondent én inwoner van de Verenigde Staten. Met behulp van amusante voorbeelden en filmpjes illustreert hij hoe Amerikanen naar Nederlanders kijken. Centraal daarin stonden een aantal culturele verschillen die maakt dat onze volken elkaar soms niet zo goed begrijpen. 

    De quote ‘Europeanen werken om te leven, Amerikanen leven om te werken’ werd herhaaldelijk aangehaald om het verschil tussen deze volken te onderstrepen.

    Foto: Charles Groenhuijsen

    Amerikanen houden ook van politieke correctheid en eensgezind nationalisme, zoals de manier waarop officiële sportwedstrijden worden afgetrapt – met ‘army troops’ en veteranen, vlaggen en het samen zingen van het volkslied. Met politiek correcte uitdrukkingen als ‘interesting’ (Amerikanen bedoelen dan eigenlijk: wat een onzin), ‘original point of view’ (hoe kun je zo stom zijn) en ‘I will look into it’ (dan gebeurt er dus niets). 

    In Nederland gaat het anders: alles is soepeler, meer ontspannen. Van in Amerika ondenkbare grappen over de abdicatie van koningin Beatrix tot ons oranje uitgedoste publiek dat ‘Olé, Olé’ zingt bij een voetbalwedstrijd. Van euthanasie, de Wallen in Amsterdam tot ons softdrugsbeleid. Het is allemaal wat minder strak en serieus. Lekker open en direct, die Nederlanders. Niet in de laatste plaats omdat wij als Nederlanders gewoonweg een andere mentaliteit hebben.
    En helemaal niet zo goed Engels spreken als wij denken dat we doen… 

    Amerikanen, zeker de wat conservatievere, zien ons daardoor al gauw als een poel van verderf. Zoals deze –verbannen- commercial van een verzekeraar volgens hen duidelijk laat zien.
    Volgens Charles moet er dan ook eigenlijk een bord op Schiphol komen met de volgende waarschuwing: ‘WARNING! Politically incorrect area.’ 
    Want ook een gewaarschuwde Amerikaan telt voor twee. 

    Een natie is een merk

    De beelden die Robert Govers ons aan het begin van zijn presentatie laat zien, lijken alle typisch voor een bepaald land of plek. Maar de getoonde Hollandse gevels staan in China, het San Marcoplein ligt opeens in Brussel en ook Macau herbergt de nodige beroemde Europese gebouwen. Alles is elders na te bouwen. Wat maakt een destinatie of locatie dan nog relevant?
    Het antwoord daarop is volgens Robert het imago, de identiteit, de essentie van een merk. In een merk pastasaus is dat makkelijker te realiseren dan voor een land.
    Want landen zijn complex, minder controleerbaar, politiek gevoelig – noem maar op. Maar dat het lastiger is, betekent niet dat het helemaal niet kan. 

    Foto: Robert Govers

    Bij het woord ‘design’ denken de meesten in de zaal toch echt aan Italië, bij ‘quality engineering’ aan Duitsland. Dat zit in de identiteit, prestaties, en geschiedenis van een land. Dat bestaat al en kun je dus uitstekend claimen. Maar zo’n sterke associatie opbouwen, dat gaat niet zomaar.

    Theoretisch onderbouwd door de Nation Brand Hexagon van Simon Anholt en de The Anholt-GfK Roper Nation Brands Index laat Robert ons inzien op welke punten Nederland nog punten in te halen heeft. Hij benadrukt hoe belangrijk het is dat je als natie bedenkt en bepaalt: waar staan wij nu eigenlijk voor? Net als bij de marketingstrategie van elk ander merk. De top 5 sterkste merken van de wereld wordt gedomineerd door merken als Coca Cola, die relevantie en betekenis bieden en precies doen wat bij hun merk past.
    Dat is wat volgens Robert een land, destinatie en merk ook moet doen om succesvol destinatiemarketing te bedrijven.

    DNA van ‘Holland’

    NBTC’s Directeur Marketing Conrad van Tiggelen probeerde in zijn presentatie eigenlijk al meteen antwoord te geven op Robert’s vraag. Mede uit het recent gehouden Holland Imago Onderzoek is het DNA van ‘Holland’ voortgekomen, met the open-minded-country als kernwaarde. Welcoming, colourful, inventive en enterprising zijn de andere Holland-waarden, waarbij Conrad eerlijk aangeeft dat er op de aspecten inventive en enterprising nog wel wat werk aan de winkel is.
    Dit alles heeft NBTC doorvertaald in vijf brand experiences, die het uitgangspunt vormen voor alle Holland-marketingactiviteiten. Hiermee spreken we de verschillende doelgroepen aan op die aspecten van Nederland waarop mensen een vakantiebestemming uitkiezen.

    Terugkerend onderdeel in alle presentaties en dus ook in die van Conrad, is het belang van online media (websites, social media, apps). Uit diverse onderzoeken blijkt dat het mediagebruik van de bezoekers sterk is veranderd de afgelopen 10 jaar, ten faveure van digitale kanalen – die tegenwoordig het belangrijkste communicatiemedium vormen voor de bezoeker. In de oriëntatiefase, maar zeker ook tijdens het bezoek zelf. NBTC probeert hier maximaal op in te springen door bijvoorbeeld een Visit Holland App uit te brengen.

    De presentatie van de belangrijkste resultaten van het Holland imago-onderzoek illustreert Conrad met - soms zeer amusante - straatinterviews in de diverse landen van het internationale netwerk van NBTC.
    Hieruit blijkt ook maar weer eens dat we niet bang moeten zijn om onze typisch Hollandse iconen in te zetten zoals de tulp, kaas en molens; zoals Jos Vranken al vertelde, zien wij die weliswaar zelf misschien als wat oubollig, maar tegelijkertijd kunnen wij tenminste zeggen dat wij iconen hébben.
    Wij hoeven ze dus niet te creëren; alleen maar te gebruiken.

    Holland branding

    We sluiten het eerste deel van deze middag af met nog vers in het geheugen de oproep voor consistente Holland branding, de noodzaak om te investeren in eenduidige Holland Marketing en misschién wel een Holland-brandmanager. Want die bestaat in Nederland niet.
    Raar eigenlijk.

    Gitta Bartling helpt met haar bureau ‘fris in communicatie’ organisaties in diverse branches om online communicatie in het algemeen, en social media in het bijzonder, op een goede manier in te bedden in het communicatiebeleid en in bedrijfsprocessen en –structuren. Zij was in die hoedanigheid aanwezig op dit congres.




  • Weer Alert als marketinginstrument
    Auke Heins, dinsdag 4 december 2012

    Door Auke Heins

    15% van de Duitse toeristen overwegen kort voor het weekend of ze een bezoek aan de Nederlandse kust brengen. En deze groep groeit. Belangrijke overweging voor een ritje naar onze mooie kust: wordt het strandweer? Als Holland marketeers gaan we bij voorkeur uit van onze kracht. En het Nederlandse weer vormt daarin altijd een discussiepunt. Tijdens de Landelijke Kustdagen 2012 was weersvoorspelling als dissattisfier voor een strandbezoek weer een hot topic. En terecht: het doet pijn als bezoekers wegblijven op een prachtige dag door voorspelde regen. Maar gaat het niet om targeten van de juiste doelgroep en het managen van verwachtingen? En wat is strandweer eigenlijk? Een kort betoog voor het inzetten van weersvoorspellingen als marketinginstrument.

     

    Een kunst op zich

    Tijdens de Landelijke Kustdagen 2012 leerde een meteoroloog mij dat weer voorspellen met name afhankelijk is van de gebruikte weermodellen en de fijnmazigheid van de meetgegevens die worden geïnterpreteerd. Simpel gezegd: met een microscoop kun je bloedcellen bekijken, maar is het onmogelijk om de hele mens te zien. Om ver vooruit te kijken heb je overzicht nodig maar mis je de kleinschalige details terwijl je bij lokale metingen juist het overzicht mist. De kunst schijnt ‘m te zitten in de combinatie tussen deze metingen. Duidelijk is wel dat de landelijke voorspelling nooit de lokale omstandigheden exact kan benoemen. En dát is nu juist wat je wél wilt.

    Wat zoekt je doelgroep?

    Tenminste, dat zou je verwachten. Maar minstens zo belangrijk is om te weten wát specifieke doelgroepen zoeken. Voor watersporters is de windvoorspelling belangrijk. Voor natuurliefhebbers is de temperatuur minder belangrijk. En juist daar zit ‘m de crux. Probeer je collega maar eens te overtuigen om mee te doen aan de Scheveningse Nieuwjaarsduik. Beleving, plezier en misschien wel de heilzame werking van de zoute koude zee zijn dan belangrijker dan het weer.

    Kort en goed. Ik denk dat weersvoorspellingen voor specifieke doelgroepen een uitstekend marketinginstrument kunnen vormen. De belofte is daarin minstens zo belangrijk als het feitelijke weer.

    Passende proposities

    Als NBTC kijken we voor de kustmarketing daarom naar de volgende zaken:

    1. Productgericht: gemakkelijk toegankelijke en betrouwbare lokaal gebonden weersinformatie
    2. Merkgericht: ontwikkeling van een propositie waarin (regen)weer past voor specifieke doelgroepen. Denk bijvoorbeeld aan het herdefiniëren van de term ‘strandweer’ bij de nieuwslezers en meteorologen en koppel dit aan een belofte voor specifieke doelgroepen: ‘uitwaaien' en'zonnen' etcetera.


    Ook ideeën over het weer als marketinginstrument bij het trekken van toeristen naar de Nederlandse kust of meer weten over de lopende campagnes? Ik hoor ze graag: aheins@holland.com

part51
part52
part53
part100
part101